Wetgeving
Deze pagina geeft u een samenvatting van de energiewetgevingen die relevant zijn voor professioneel actieve energiedeskundigen.
Index:
1) Het Besluit Energieplanning
A. Opstellen van de energiestudie en het energieplan
B. Het Energieplan
C. De Energiestudie
2) Benchmarkingconvenant
3) Auditconvenant
4) Energieprestatiecertificaten (EPC)
D. De verkoop en verhuur residentiële gebouwen
E. Voor openbare gebouwen
F. Voor niet residentiële gebouwen is de wetgeving nog in ontwerp
5) Energiehaalbaarheidsstudie
- 1. Het besluit energieplanning
Het besluit energieplanning is van kracht sinds 14 oktober 2004 (staatsblad) en zorgt ervoor dat het Vlaamse energiebeleid conform loopt met de Europese IPPC (Integrated Pollution Prevention and Control)-richtlijn. Het besluit legt een reeks verplichtingen in verband met energie-efficiëntie op een groep energie-intensieve bedrijven.
De Europese regelgeving stelt dat zijn lidstaten inrichtingen (bedrijven) moeten controleren op de efficiëntie van hun energie-installaties. Dit bij het gebruik van de installaties en het aanvragen van een vergunning tot het bouwen van nieuwe inrichtingen. Het besluit energieplanning is dus de Vlaamse implementatie van die regelgeving.
A Opstellen van de energiestudie en het energieplan
In het kader van het Besluit Energieplanning is het nodig energie-intensieve bedrijven hun (toekomstig)energieverbruik in kaart laten brengen en te laten verbeteren.
B Het Energieplan
Een energieplan wordt opgesteld voor bestaande inrichting. Bedrijven met een primair energie verbruik dat hoger ligt dan 0.5PJ moeten om de 4 jaar een energieplan laten opstellen. Bedrijven die tussen de 0.1 en de 0.5 PJ energie verbruiken moeten een energieplan meesturen bij de aanvraag voor een milieuvergunning. Bedrijven die toegetreden zijn tot een convenant hebben in ieder geval een goedgekeurd energieplan. Te volgen principes en procedures voor energiedeskundigen:
• Het energieplan bevat een reeks maatregelen om het energieverbruik te laten dalen, alle maatregelen die een interne rentevoet (IRR) na belastingen hebben van minimum 15% moeten worden uitgevoerd.
• Het energieplan moet worden opgesteld door een energiedeskundige die aanvaard is door her verificatieniveau
C De energiestudie
Er wordt enkel een energiestudie uitgevoerd voor nieuwe inrichtingen die meer dan 0.1PJ aan energie zullen verbruiken en bij vervangingsinvesteringen waarbij de nieuwe installatie zorgt voor een meerverbruik van tenminste 10TJ.
Te volgen principes en procedures voor energiedeskundigen:
• De energiestudie moet aantonen dat de nieuwe inrichting de meest energie-efficiënte is die economisch haalbaar is
• De exploitant moet in de energiestudie aantonen dat energie-efficiëntere installaties die beschikbaar zijn op de markt of dat maatregelen die extra kunnen genomen worden om de energie-efficiëntie van de inrichting te verhogen een IRR van minder dan 15% na belastingen hebben.
• De exploitant voegt de energiestudie toe aan de milieuvergunningsaanvraag, zonder dat deze studie eerst conform moet verklaard worden. De milieuvergunningscommissie vraagt hierna advies aan het Vlaams Energieagentschap, dat de energiestudie beoordeelt.
• De beoordeling van het VEA wordt samen met de andere adviezen/beoordelingen van eventueel andere administraties/instellingen besproken op de provinciale milieuvergunningscommissie. Hier wordt een algemeen advies geformuleerd voor de Bestendige Deputatie, die de uiteindelijke beslissing neemt.
- 2. Benchmarkingconvenant
Het benchmarkingconvenant werd in het leven geroepen door de Vlaamse Overheid. Alle grote energie-intensieve bedrijven met een energieverbruik van minimum 0.5PJ kunnen toetreden per vestiging. De toegetreden bedrijven gaan de uitdaging aan om de energie-efficiënte van hun installaties op wereldtopniveau te plaatsen en te handhaven. De keuze voor benchmark als term ligt voor de hand want het convenant verwijst steeds naar het energieverbruik van de meest geavanceerde concurrenten in de regio en in de wereld.
Toegetreden bedrijven worden gevrijwaard van bijkomende energie- en CO2 taksen van de overheid.
Een overzicht van de actoren en details vindt u op de officiële website van het convenant.
- 3. Auditconvenant
Een convenant gericht op de middelgrote energie-intensieve bedrijven. Ze verbruiken tussen de 0.1PJ en de 0.5PJ per jaar en vallen dus buiten het benchmarkingconvenant. Deze bedrijven engageren zich ertoe hun energiebeleid te laten doorlichten.
Net zoals bij het benchmarkingconvenant worden deelnemende bedrijven gevrijwaard van extra CO2 en energietaksen.Meer gedetailleerde informatie i.v.m. het auditconvenant vindt u op de webpagina Auditconvenant.
- 4. Energieprestatiecertificaten
A De verkoop en verhuur residentiële gebouwen (EPC)
Het EPC of energieprestatiecertificaat is een verplicht document bij de verkoop of verhuur van residentiële gebouwen. Het doel is het informeren van potentiële kopers en huurders over de energieprestaties van een woning. Het EPC wordt berekend op basis van een aantal eigenschappen van het gebouw (zoals de gebruikte isolatiematerialen en de aanwezige verwarmingsinstallatie).
Op deze manier wordt het mogelijk om de energieprestaties van verschillende gebouwen gemakkelijk met elkaar te vergelijken. Een EPC heeft een geldigheidsduur van 10 jaar en moet worden opgesteld door een erkende energiedeskundige type A. De deskundige moet bij de berekeningen de gespecialiseerde software van het Vlaams Energieagentschap.
B Voor openbare gebouwen
Alle openbare gebouwen die meer dan 1000m² beslaan moeten een Energie Prestatie Certificaat bezitten. Het EPC voor openbare gebouwen wordt opgesteld door een erkende energiedeskundige type C. Ook hier moet de gespecialiseerde software van het Vlaams Energieagentschap gebruikt worden bij de berekeningen.
C Voor niet residentiële gebouwen
De wetgeving is nog in ontwerp. D Energie audit
Een energie audit is beter bekend onder zijn oude benaming: Energie Prestatie Advies (EAP). Het gaat om een energieadvies op maat, opgesteld door erkende energiedeskundige type B van een eengezinswoning. Een energie audit geeft inzicht in de energiestromen van de woning en toont bovendien ook hoe er energie kan bespaard worden.
- 5. Energiehaalbaarheidsstudie
De haalbaarheidsstudie is verplicht voor gebouwen die cumulatief aan de volgende kenmerken voldoen:
• Nieuwe gebouwen of nieuwe delen van gebouwen die groter zijn dan 1000m² Wanneer een bouwvergunningsaanvraag meerdere gebouwen omvat moeten alle bruikbare vloeroppervlakken worden.
• Het gebouw wordt verwarmd om een specifieke binnentemperatuur te bekomen, dit ten behoeve van mensen. Een parkeergarage valt dus niet binnen de regeling.
Ter verduidelijking: Onderstaande vallen onder (nieuwe delen) van gebouwen:
-Elk nieuwbouw;
-herbouw na een volledige afbraak van een gebouw;
-afbraak gevolgd door herbouw van een deel van een gebouw;
-nieuw gebouwd toegevoegd deel van een gebouw dat uitgebreid wordt;
-ontmanteling: de dragende structuur van het (betreffende deel van een) gebouw blijft behouden maar de installaties voor het bekomen van een specifiek binnenklimaat en minstens 75% van de gevels worden vervangen.
Er bestaan geen wettelijke regels die vastleggen wie er een energiehaalbaarheidsstudie mag uitvoeren.
De volledige wetgeving vindt u hier.
De bovenstaande tekst is gebaseerd op de officiële informatie van de Vlaamse Overheid en het Vlaams Energieagentschap. De volledig wetteksten vindt u terug als PDF-document via doorklikbare links in de tekst of op energiesparen.be .

